banner-9

Nieuwe Invorderingsprocedure B2B, een verademing?

 

  • Wat?

In het Gerechtelijke Wetboek werd een nieuwe (buitengerechtelijke) invorderingsprocedure voorzien (artikelen 1394/20 – 1394/37)[1]. Deze snellere en goedkopere procedure zou de druk op de zittingen van de hoven en rechtbanken moeten verlichten, zonder echter aan een rechterlijke controle te ontsnappen.

 

  • Voor wie?

Enkel voor B2B transacties. Dit houdt concreet in dat deze vereenvoudigde procedure enkel toepasselijk is wanneer zowel schuldeiser als schuldenaar zijn ingeschreven in de Kruispuntbank voor ondernemingen (en dus een ondernemingsnummer hebben) en de schuld in een professionele context werd aangegaan.

 

De procedure kan dus NIET gebruikt worden voor het invorderen van schulden van particulieren.[2]

 

  • Voor welke schulden?

De wetgeving is enkel van toepassing op onbetwiste schulden die een geldschuld tot voorwerp hebben en die bovendien vaststaand en opeisbaar dienen te zijn.[3]

Dit houdt concreet het volgende in:

  • Geen betwiste schulden;
  • Enkel en alleen voor schulden van geldsommen;
  • De schuld staat vast (en is dus niet “nog te bepalen”);
  • Moet opeisbaar zijn op de dag van de aanmaning.

 

Er zijn ook bepaalde geldschulden uitdrukkellijk uitgesloten.[4]

 

  • Wanneer?

 De procedure trad in werking op 2 juli 2016, ingevolge het KB van 16 juni 2016.[5]  Nu de procedure van kracht is  zal men ze  ook moeten toepassen waar en wanneer mogelijk, dit teneinde het maken van nutteloze kosten te vermijden.

 

  • Hoe?

 De procedure is relatief eenvoudig, doch zal natuurlijk nog in de praktijk haar efficiëntie dienen aan te tonen :

 

  • De aangestelde advocaat gaat na of een geldschuld al of niet beantwoordt aan de voorwaarden welke door de wet worden gesteld;
  • Hierop mandateert de advocaat een deurwaarder, die het dossier zal inbrengen in het Centraal Register van Onbetwiste Schulden (CROS);
  • De deurwaarder betekent een aanmaning tot betaling aan de schuldenaar;
  • Hierop kan de schuldenaar op een 4-tal manieren reageren:
  1. De schuldenaar betaalt de schuld (einde procedure)
  2. De schuldenaar komt een afbetalingsplan overeen;
  3. De schuldenaar betwist de schuld (hier zal men alsnog de gerechtelijke procedure moeten aanwenden);
  4. De schuldenaar reageert niet binnen de acht dagen, de procedure gaat verder.

Bij afwezigheid van reactie van de Schuldenaar, gaat de procedure verder en stelt de  gerechtsdeurwaarder een “Proces verbaal van niet betwisting” op.

Dit proces-verbaal zal dan elektronisch bevestigd worden door een magistraat en door hem/haar uitvoerbaar worden verklaard, hetgeen dient te gebeuren binnen 1 maand en 8 dagen.

 

  • Kostprijs?

Onder voorbehoud van verdere detaillering, zal de kostprijs naar alle waarschijnlijkheid rond de 200 EUR draaien, teneinde betrokken procedure tot een goed einde te brengen.

 

  • Voordelen?

Indien betrokken nieuwe procedure goed geïmplementeerd geraakt, zou dit volgende voordelen met zich moeten meebrengen:

  • Kostprijs

De kostprijs zou weldegelijk beduidend lager moeten liggen dan een klassieke procedure met dagvaarding waar, losstaand van de advocatenkosten, de kosten van dagvaarding en rolzetting aanzienlijk hoger liggen dan de vooropgestelde 200 EUR in het kader van de nieuwe procedure;

  • Tijdswinst

Gezien een uitvoerbare titel zou bekomen kunnen worden op één maand en 8 dagen, is dit beduidend sneller dan de klassieke procedure, waar we geconfronteerd worden met (1) 8 dagen tussen betekening dagvaarding en inleidende zitting, (2) termijn voor het bekomen van een expeditie (officiële titel) van een tussengekomen vonnis, wat vaak langer duurt dan 1 maand, (3) de betekeningstermijn met bevel tot betalen van 1 maand welke dient gerespecteerd te worden, …

  • Efficiëntie

Gezien alle debiteuren van onbetwiste schuldvorderingen op termijn gecentraliseerd zullen geraken in de CROS-database, zal dit naar alle waarschijnlijkheid een interessant instrument worden voor de deurwaarder om nog beter de solvabiliteit in te schatten van de schuldenaren.

Gezien de korte duur van de procedure, zal de solvabiliteit van de schuldenaar ook meer accuraat kunnen worden bepaald.

 

  • Nadelen?

Als minpunten zouden we erop kunnen wijzen dat het spijtig is dat:

  • de accessoria van de openstaande vordering worden beperkt tot 10% van het openstaande hoofdbedrag, zodat de contractuele nalatigheidsintresten en conventionele schadevergoeding, dan wel de accessoria in toepassing van de Wet van 2 augustus 2002 op de Bestrijding van de Betalingsachterstand bij Handelstransacties, niet geheel kunnen worden ingevorderd;
  • de schuldenaar steeds verzet kan aantekenen met een tegensprekelijk verzoekschrift (waarbij de termijn ook niet duidelijk is bepaald waarbinnen hij dit kan doen), en we terug belanden in de klassieke, gerechtelijke procedure.

 

De procedure zal natuurlijk in de praktijk haar nut en efficiëntie dienen te bewijzen, doch we zijn hoopvol dat met betrokken procedure een stap vooruit werd gezet teneinde de gerechtelijke achterstand in te dijken en vooral de duur en kostprijs van gerechtelijke procedures meer in lijn te leggen met de bestaande economische realiteit.

 

Bruno Van Haelst

 

Voetnoten

[1] Gerechtelijk Wetboek, Deel VI, Hoofdstuk I quinquies, Artikelen 1394/20-1394/37 (Ingevoegd bij wet van 19 oktober 2015,art. 33-40);

[2] Artikel 1394/20 Ger. W. : uitgesloten voor  schuldeisers of schuldenaren die niet zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen”

[3] Artikel 1394/20 Ger.W.: “Elke onbetwiste schuld die een geldsom tot voorwerp heeft en die vaststaat en opeisbaar is op dag van de aanmaning bedoeld bij artikel 1394/21 kan, ongeacht het bedrag ervan, vermeerderd met de verhogingen waarin de wet voorziet en de invorderingskosten alsmede, in voorkomend geval en ten belope van ten hoogste 10 % van de hoofdsom van de schuld, alle interesten en strafbedingen, in naam en voor rekening van de schuldeiser op verzoek van de advocaat van de schuldeiser door een gerechtsdeurwaarder worden ingevorderd,:

[4] Artikel 1994/20 Ger. W.:  “met uitzondering van schulden van of ten aanzien van:

1° publieke overheden bedoeld in artikel 1412bis, § 1;

2° schuldeisers of schuldenaren die niet zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;

3° handelingen die niet zijn verricht in het kader van de activiteiten van de onderneming;

4° een faillissement, een gerechtelijke reorganisatie, een collectieve schuldenregeling en andere vormen van

wettelijke samenloop;

5° niet-contractuele verbintenissen, tenzij zij

  1. a) het voorwerp uitmaken van een overeenkomst tussen de partijen of er een schuldbekentenis is,
    of
    b) betrekking hebben op schulden uit hoofde van gemeenschappelijke eigendom van goederen.

[5] Koninklijk besluit  van 16 juni 2016 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de artikelen 9 en 32 tot 40 van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, en tot uitvoering van de artikelen 1394/25 en 1394/27 van het Gerechtelijk Wetboek, BS 22 Juni 2016